Houd een zaadje in je hand. Het is piepklein. Het is hard en bruin en lijkt helemaal nergens op. Je zou nooit raden wat erin verborgen zit.

Want in dat kleine niets zit een hele boom. Wortels, takken, bladeren, bloesem, schaduw, honderd vogels, nog eens duizend zaden — allemaal opgerold, wachtend, in iets dat kleiner is dan je vingernagel.

Hij barst niet in één keer naar buiten. Hij heeft aarde nodig, en water, en zon, en — meer dan wat ook — tijd. Elke dag een beetje.

Je kunt het niet opjagen of ertegen schreeuwen. Je verzorgt het gewoon en wacht.

En langzaam, stilletjes, wordt het kleine niets iets groots en groens en vol leven.

Jij bent als dat zaadje. Wat je vandaag kunt doen, is klein. Maar in jou, opgerold en wachtend, zit alles wat je kunt worden.

Geef het elke dag een beetje zorg, en een beetje tijd. En groei.

Iets om je over te verwonderen: plant een zaadje in een pot. Geef het water. Kijk elke dag uit naar het eerste kleine groen. Verwonder je over wat daarin verborgen zat.