Vroeger dachten mensen dat dieren niet erg slim waren. Dat ze niet konden denken. Niet zoals wij. Maar hoe meer we kijken, hoe meer wonderlijke verrassingen we ontdekken.

Een octopus kan een pot opendraaien om bij het lekkers binnenin te komen — en zelfs 's nachts uit zijn aquarium sluipen om op verkenning te gaan.

Een kraai kan een stukje draad ombuigen tot een haakje om zijn eten eruit te vissen, en jarenlang het gezicht onthouden van iemand die onaardig was. Bijen kunnen tellen.

Olifanten troosten elkaar wanneer ze verdrietig zijn.

Dolfijnen noemen elkaar bij naam.

We hadden het mis over hen, keer op keer — omdat we verwachtten dat ze slim zouden zijn op onze manier, en daardoor al hun eigen slimme manieren over het hoofd zagen. Het blijkt dat geesten zich verbergen op allerlei plekken waarvan we nooit dachten er te moeten kijken.

De wereld is veel alerter, en veel slimmer, dan mensen vroeger geloofden. Is dat niet een heerlijke vergissing om je in te hebben?

Een verwondering om te proberen: kijk een paar minuten heel aandachtig naar een dier — een vogel, een slak, je huisdier. Op welke slimme daad betrap je het?