Naar inhoud gaan

Wonen staat in onze Grondwet — als zorg, niet als recht. Dat verschil is de hele wooncrisis

Gepubliceerd door Jan Verellen in Delen

Tegen het einde van Thrones of the Invisible (Tronen van het Onzichtbare) probeer ik de wereld te beschrijven die ik werkelijk wil, en ik merk dat die niet uit idealen alleen kan worden opgebouwd. Ik schrijf daar dat innerlijke vooruitgang — groei in wijsheid, geduld, moed, het vermogen om lief te hebben — zich alleen kan ontvouwen op een bepaald soort bodem. Die bodem noem ik uiterlijk evenwicht, en ik benoem de bestanddelen ervan onomwonden: voldoende voedsel, onderdak, zorg, rust, onderwijs, waardigheid en deelname. Zonder die dingen, betoog ik, wordt praten over bloei “een wrede grap, verteld aan wie al overbelast is.” Het is de reden waarom het boek keer op keer terugkeert naar één onvoltooid idee uit 1944: Franklin Roosevelts Tweede Bill of Rights, en zijn stille aandringen dat vrijheid ook het recht op een fatsoenlijke woning moet omvatten. Iemand die dagelijks in angst voor uitzetting leeft, schreef ik, is niet werkelijk vrij louter omdat een juridisch document het woord vrijheid gebruikt.

Ik heb deze maand aan die opgerolde blauwdruk gedacht, want het nieuws is hier, in Nederland, week na week een woningverhaal. En het opvallende is niet dat we een tekort hebben. Het is hoe we erover praten — het frame waar de Kamer, het kabinet en vrijwel elke krant naar grijpen, en het ene woord dat bijna niemand van hen wil gebruiken, terwijl het al sinds 1983 in onze Grondwet staat.

De Nederlandse grammatica: aanbod

Op 1 september wees minister Boekholt-O'Sullivan vijf locaties aan waar de komende jaren versneld dertigduizend woningen moeten verrijzen: Deventer, Haarlem-Schalkwijk, de Middelsee-Spoordok in Leeuwarden, de Spoorzone in Maastricht, de Spoorzone in Weert. Bij de aankondiging zei ze iets wat ik oprecht mooi vind: “Een huis is geen stapel stenen met een dak erop. Het is een sleutel in je hand, een naam op de brievenbus. De plek waar het veilig is, waar verdriet en plezier samenkomen.” Ze sloot af met: “We zijn pas klaar als iedereen lekker woont.”

Kijk dan naar het beleid onder die zin, en de taal verandert van register. Honderdduizend woningen per jaar. Een Taskforce Versnelling Woningbouw onder leiding van de premier. 287 miljoen euro om gemeenten te ondersteunen. Een wet Versterking regie volkshuisvesting die op 1 juli van dit jaar in werking trad en vastlegt dat twee derde van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn en dertig procent sociale huur. Vergunningen sneller, industriële bouw meer, belemmerende regels minder. Het statistisch tekort — 384.000 woningen volgens de meest recente berekening, in de politiek doorgaans afgerond tot “ruim vierhonderdduizend” — is het getal waaraan alles wordt afgemeten. Het zelfstandig naamwoord is overal hetzelfde: aanbod.

Waar de knop niet de bouw is, is het de huurprijs of de financiering. De Wet betaalbare huur van juli 2024 zette een puntenstelsel op de middenhuur; sindsdien is volgens de NOS één op de zes particuliere verhuurders gestopt en verkochten zij zo'n 55.000 huurwoningen, tegenover ruim 4.000 aangekochte. Het aanbod aan betaalbare huur droogde op, de vrije sector werd duurder, en de minister wil nu diezelfde wet weer bijstellen — de WOZ-waarde zwaarder laten wegen — om de uitverkoop af te remmen. Corporaties verhoogden de huren per 1 juli met gemiddeld 3,6 procent, zo'n 23 euro; het kabinet stelde de maxima op 4,1 procent sociaal, 6,1 procent middenhuur, 4,4 procent vrije sector. Bekwame mensen, echte cijfers, serieuze afwegingen. De woning is een prijs die beheerd moet worden.

Het buitenland als spiegel

Dat wij dit doen is niet uitzonderlijk; dat het overal precies zo klinkt, wel. In Zuid-Korea, waar het gemiddelde appartement in Seoul de 1,3 miljard won is gepasseerd, hebben toezichthouders alle vijfentwintig districten van de hoofdstad tot speculatiezone aangewezen en hypotheken aan banden gelegd — een beleid dat, zoals de financiële pers van Seoul opmerkt, een jonge koper bijna een miljard won aan eigen geld laat inbrengen en daarmee “de woonladder” volledig weghaalt. In Ierland verlenen de nieuwe huurregels zes jaar bescherming en maximeren zij verhogingen op twee procent, terwijl er op één ochtend in februari in het hele land 1.777 woningen te huur stonden. In Spanje marcheerden meer dan 150.000 mensen door Madrid achter een spandoek met de tekst “We willen buren, geen toeristen,” waarna de regering de btw op toeristische verhuur verhoogde van 10 naar 21 procent.

De knoppen verschillen dus — hier aanbod en puntenstelsel, daar hypotheekplafonds, toeristenvergunningen, huurplafonds. Maar let op wat zelfs de moedigste ervan verenigt. Elk van hen aanvaardt dat de woning in de eerste plaats een activum is waarvan de staat de prijs mag bijsturen. Het meningsverschil gaat enkel over welke duw werkt.

Artikel 22: de Nederlandse blinde vlek

Nederland heeft hier iets wat de meeste landen niet hebben, en juist daarom is onze stilte scherper. Artikel 22, tweede lid, van de Grondwet luidt: “Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.” Het staat er. Het staat in hetzelfde hoofdstuk als de vrijheid van meningsuiting. En toch is het, in de vaste uitleg van juristen en rechters, een instructienorm: geen recht dat een burger kan afdwingen, een inspanningsverplichting zonder resultaatsverplichting. U kunt de overheid niet om een woning vragen. Het woord staat in de Grondwet met de deur er precies zo ver open dat er niemand door kan.

Dat is geen technische voetnoot. In 2024 bracht de VN-rapporteur voor het recht op adequate huisvesting, Balakrishnan Rajagopal, na een bezoek aan Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Groningen een rapport uit met 65 aanbevelingen. Hij noemde de Nederlandse wooncrisis er een van beschikbaarheid én betaalbaarheid, en weet haar in belangrijke mate aan het decennialang vertrouwen op het oplossend vermogen van de markt. Zijn eerste aanbeveling was precies de onze: leg het recht op adequate huisvesting vast in de Grondwet en in de wet. De kabinetsreactie kwam in mei 2024 en kwam er in de kern op neer dat de aanbevelingen niet tot ander beleid leiden — sommige zouden al staand beleid zijn, met andere was het kabinet het oneens. De Woonbond vatte het samen als: in de wind geslagen.

Dit is precies het patroon dat Thrones of the Invisible voorziet. In het hoofdstuk dat ik “We Can't Afford It” (We kunnen het ons niet veroorloven) noemde, schets ik wat ik nog altijd beschouw als een van de belangrijkste morele verschuivingen van de afgelopen halve eeuw: het moment waarop woningen niet langer werden begrepen als sociale goederen en behandeld gingen worden als activa. Naarmate de sociale huisvesting uitdunde en de beleggingsvraag opzwol, schreef ik, “dreven de vastgoedprijzen op veel plaatsen ver boven de lokale lonen” en werd “voor veel jongeren een zeker onderkomen moeilijker voor te stellen.” Die zin zou het onderschrift kunnen zijn bij de wachtlijst van een woningcorporatie, waar de gemiddelde inschrijfduur in veel regio's inmiddels rond de 125 maanden ligt — tien jaar en vijf maanden. De crisis is geen storing in het activaverhaal. Het is het activaverhaal dat werkt zoals bedoeld.

En zodra wonen een activum is, volgt een bepaalde stilte. Een overheid die miljarden uittrekt om bouw te versnellen, verhuurders te paaien en hypotheekrente aftrekbaar te houden, spreekt over sociale huisvesting nog altijd in de oude grammatica van schaarste. Aedes rekende voor dat corporaties dertigduizend sociale huurwoningen per jaar willen bouwen en dat er over tien jaar bijna twintig miljard euro aan investeringsvermogen ontbreekt; de vennootschapsbelastingregeling die daar iets aan doet, loopt op tot 325 miljoen structureel vanaf 2031. Reële bedragen — en tegelijk een fractie van het gat, neergezet als kostbare uitzondering op een markt die zelf als vanzelfsprekend wordt behandeld. In het boek zeg ik dat ik in de uitdrukking we kunnen het ons niet veroorloven geen lotsbestemming meer hoor. Ik hoor “een politiek en moreel oordeel over wat, en wie, die samenleving bereid is zich te veroorloven.” Het activum is betaalbaar. Het recht is dat niet.

In mijn hoofdstuk over Roosevelts Tweede Bill of Rights merk ik op dat verdedigers van de oude orde altijd een keurige lijn trokken tussen zogenaamde negatieve rechten, die de staat slechts beteugelen, en positieve rechten zoals wonen, die vereisen dat hij handelt — en dat die lijn “er vaak toe diende de bestaande verdeling van rijkdom en macht te beschermen terwijl economische rechten er verward of gevaarlijk uit kwamen te zien.” Artikel 22 ís die lijn, in Nederlands staatsrecht gegoten. Het is de reden waarom een wet Versterking regie volkshuisvesting als gezond verstand klinkt en een afdwingbaar recht op wonen als utopisch, terwijl beide dezelfde instellingen, budgetten en handhaving vereisen.

Wie draagt de kosten?

Mijn boek eindigt niet met een manifest maar met vier vragen die ik probeer mee te dragen in elke moeilijke beslissing. De derde is hier de scherpste: wie draagt de kosten? Ze is bedoeld, schrijf ik, om “de betovering van we kunnen het ons niet veroorloven te breken,” om de markt “niet langer als weer te laten klinken maar als ontwerp.” Stel de vraag aan het Nederlandse woondebat en de cijfers herschikken zich. De kosten worden gedragen door de huurder wiens verhuurder uitpondt en die zijn woning nu op Funda ziet staan. Door de starter die volgens het CBS als twintiger of dertiger gemiddeld zo'n 23.700 euro spaargeld heeft, terwijl de gemiddelde koopsom deze zomer de vijf ton passeerde en de prijzen nog altijd zo'n vier procent per jaar stijgen — en van wie één op de vijf helemaal geen buffer heeft. Door de tienduizenden op die wachtlijst van tien jaar. En door de mensen die er helemaal buiten vielen: begin 2024 telde het CBS zo'n 33.000 dakloze mensen tussen 18 en 65 jaar, na 27.000 twee jaar eerder, en zeventig procent van hen staat nergens geregistreerd. De opvang zag er in 2024 ruim tweeduizend meer komen dan het jaar ervoor.

Toen ik de wereldwijde haast om de telefoon te verbieden in kaart bracht, beschreef ik hoe instellingen hun eigen ontwerpfouten vertalen in lasten die door individuen worden gedragen — het angstige kind dat gevraagd wordt veerkrachtig te zijn. Wonen haalt dezelfde truc uit bij volwassenen: hun wordt gezegd langer bij hun ouders te blijven, harder te sparen, een studieschuld te verzwijgen, op aanbod te wachten, terwijl de structuur die hen wegprijsde buiten kijf blijft.

Er is één barst in de consensus, en die verdient het geëerd te worden. Het spandoek in Madrid — “buren, geen toeristen” — is helemaal geen economisch argument. Het is een aanspraak op erbij horen, op een stad als een plek om een leven te leiden in plaats van een portefeuille van rendementen. Bij ons klinkt diezelfde aanspraak in de zin van de minister zelf: een sleutel in je hand, een naam op de brievenbus. Het komt het dichtst bij de belofte die in het hart van mijn boek staat: niemand is wegwerpbaar, geen leven is voltooid, geen systeem staat boven twijfel. Een woning is waar die belofte ofwel standhoudt ofwel faalt. Het is het onderdak zonder welk innerlijke vooruitgang een wrede grap is; het is het uiterlijke evenwicht dat een rechtvaardige samenleving verschuldigd is voordat ze wie dan ook de les leest over doorzettingsvermogen.

De blauwdruk die Roosevelt tekende en op zolder achterliet, is nog altijd leesbaar — en bij ons ligt hij niet eens op zolder. Hij ligt in artikel 22, netjes ingelijst, met het werkwoord eruit gehaald. Dertigduizend woningen op vijf spoorzones, twee derde betaalbaar, dertig procent sociaal, honderdduizend per jaar: veel daarvan zal echt helpen, en de mensen die eraan werken menen het. Maar een land dat over elke knop van de woningmarkt kan debatteren en tegelijk weigert te zeggen dat een fatsoenlijke woning een recht is en geen zorg, heeft ons opnieuw verteld welke troon het nog steeds weigert te benoemen.

Bronnen

5 nieuwe locaties voor versnelde bouw 30.000 huizen (Rijksoverheid, 1 september 2026)

Kabinet deelt plannen voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (Rijksoverheid)

Wet Versterking regie volkshuisvesting van kracht vanaf 1 juli (Volkshuisvesting Nederland)

Het statistisch woningtekort uitgelegd (Volkshuisvesting Nederland)

Dutch housing shortage rises to 410,000 homes (NL Times)

Nog minder kansen voor huurders sinds Wet betaalbare huur (NOS)

Woningcorporaties verhogen huren met 3,6% in 2026 (Aedes)

Maximale huurverhoging 2026 in sociale sector 4,1%, middenhuur 6,1% en vrije sector 4,4% (Rijksoverheid)

Oproep aan kabinet en Tweede Kamer: maak 100.000 woningen per jaar mogelijk (Aedes)

Woningruil als slimme uitweg uit jarenlange wachttijden (vb&t Makelaars, over de inschrijfduur)

Koopwoningen ruim 4 procent duurder dan een jaar eerder (CBS)

Dit bedrag kom je als starter gemiddeld tekort voor een koophuis in 2026 (Manly, op CBS-cijfers)

33 duizend mensen dakloos begin 2024 (CBS)

Monitor laat stijging aantal dakloze mensen zien (Binnenlands Bestuur)

Artikel 22 Grondwet: volksgezondheid, woongelegenheid, ontplooiing (De Nederlandse Grondwet)

Artikel 22 — Volksgezondheid en woongelegenheid: de instructienorm toegelicht (Nederland Rechtsstaat)

Versterk de bescherming van het recht op huisvesting: VN-rapporteur presenteert zijn bevindingen over Nederland (College voor de Rechten van de Mens)

Kabinetsreactie op VN-rapport over adequate huisvesting (Rijksoverheid)

Kabinet slaat aanbevelingen VN-rapporteur in de wind (Woonbond)

All Seoul districts designated as speculative zones, lending rules tightened (The Korea Herald)

Ireland Rental Crisis 2026: Only 1,777 Homes Left (Rentalize)

Madrid’s renters march: ‘We want neighbors, not tourists’ (Fortune)

Lees elk woord

De eerste twee verhalen van elke reeks zijn gratis te lezen, en drie magazineartikelen per maand. Elk boek en elke maandelijkse magazine-editie wordt apart verkocht — €15 per stuk, voorgoed van u, in uw eigen taal en land: lees hier online en download de EPUB.

Nieuwsbrief

Elk nieuw artikel, in uw taal, per e-mail. Gratis, en één klik om te stoppen.

Persoonlijke informatie