Naar inhoud gaan

Wonen is bij ons geen markt maar een beschikking — en dat maakt de vraag scherper, niet zachter

Gepubliceerd door Jan Verellen in Delen

Tegen het einde van Thrones of the Invisible (Tronen van het Onzichtbare) probeer ik de wereld te beschrijven die ik werkelijk wil, en ik merk dat die niet uit idealen alleen kan worden opgebouwd. Ik schrijf daar dat innerlijke vooruitgang — groei in wijsheid, geduld, moed, het vermogen om lief te hebben — zich alleen kan ontvouwen op een bepaald soort bodem. Die bodem noem ik uiterlijk evenwicht, en ik benoem de bestanddelen ervan onomwonden: voldoende voedsel, onderdak, zorg, rust, onderwijs, waardigheid en deelname. Zonder die dingen, betoog ik, wordt praten over bloei “een wrede grap, verteld aan wie al overbelast is.” Het is de reden waarom het boek keer op keer terugkeert naar één onvoltooid idee uit 1944: Franklin Roosevelts Tweede Bill of Rights, en zijn stille aandringen dat vrijheid ook het recht op een fatsoenlijke woning moet omvatten. Iemand die dagelijks in angst voor uitzetting leeft, schreef ik, is niet werkelijk vrij louter omdat een juridisch document het woord vrijheid gebruikt.

Ik heb deze maand aan die opgerolde blauwdruk gedacht, want het nieuws is, land na land, een woningverhaal — en wat mij daarin telkens opvalt is niet dat de crisis gedeeld wordt, maar welk woord vrijwel nergens valt. Overheden debatteren over aanbod, hypotheekplafonds, toeristenvergunningen en belastingvoordelen; over wonen als recht zwijgen ze. En precies daarom is Suriname deze zomer een merkwaardig geval. Hier is het woord wél gevallen, hardop, uit de mond van het staatshoofd. Op 8 juli, bij de lancering van het Nationaal Huisvestingsprogramma Suriname te Reeberg in Wanica, zei president Jennifer Simons dat huisvesting uit de sfeer van tijdelijke politieke projecten moet worden gehaald en de status van fundamenteel recht moet krijgen — vergelijkbaar met gezondheidszorg en onderwijs, ongeacht iemands politieke voorkeur. Het bericht van de Communicatiedienst draagt die kop letterlijk: huisvesting moet van politieke voorkeur naar fundamenteel recht.

Dat is meer dan waar Ottawa, Washington of Den Haag zich deze maand aan waagde. De vraag die het boek stelt is dan ook niet of het woord is uitgesproken. De vraag is of de instrumenten eronder een recht zijn — of nog altijd een gunst, beter geadministreerd.

De cijfers onder het woord

Zet ze naast elkaar. Minister Diana Pokie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting sprak eind augustus over circa 30.000 woningzoekenden die om een structurele aanpak vragen. Toen in april het aanmeldloket voor de volkswoning en de bouwsubsidie openging, meldden zich binnen één week ruim 6.500 mensen — de site bezweek aanvankelijk onder de toeloop, aldus directeur Sherwin Valies. Daartegenover staat wat er dit jaar werkelijk komt: ongeveer 600 woningen en hypotheken, grofweg driehonderd via het woningfonds en driehonderd via het Affordable Housing Project, dat na jaren stilstand weer op gang is gebracht. De president zelf noemde de maat der dingen zonder omhaal: als er in vier jaar tienduizend woningen komen, “dan doen we het geweldig.”

Tienduizend in vier jaar, tegen dertigduizend zoekenden nu. En dat terwijl eerdere woningbouwprogramma's jarenlang ver achterbleven bij wat er op papier stond. Het Nationaal Woningbouwfonds werd in maart heropend met leningen vanaf drie procent; het NaHuSur-loket spreekt van hypotheken tegen zeven procent via banken en het fonds, met aanmelding via nahusur.gov.sr en een bevestigingsnummer binnen twee weken. De overheid legt wegen, drainage, licht en water aan, zodat de koper alleen de woning zelf betaalt. Bouwers die ondermaats werk leveren gaan op een zwarte lijst.

Dit is, laat ik eerlijk zijn, competent beleid. Het is transparanter dan wat eraan voorafging, en de transparantie is geen detail: zij is een antwoord op precies de kwaal die Surinaamse huisvesting een halve eeuw heeft bepaald. Maar let op de grammatica. Een fonds, een rentevoet, een wachtlijst, een portaal, een zwarte lijst. Het zijn knoppen. En een recht dat als een programma arriveert, met een aanmeldnummer en een quotum van zeshonderd, blijft in zijn werking een toewijzing — een gunst met beter bestuur.

De Surinaamse knop is grond, en valuta

Elders in de wereld gaat het gevecht over bestemmingsplannen en hypotheeklimieten. Hier gaat het over twee dingen die nergens anders zo samenvallen: wie de grond uitgeeft, en in welke munt de huur wordt geprijsd.

Het eerste is geen marktfeit maar een staatsdaad. Het overgrote deel van de bouwgrond is domeingrond, en een Surinamer komt eraan doordat een minister een beschikking tekent. In de Surinaamse commentaartraditie — Starnieuws heeft er jaren over geschreven, van de onregelmatigheden bij gronduitgifte tot de grondconversie en de dubbele uitgifte van grondhuurrechten — keert steeds dezelfde vaststelling terug: zonder gepubliceerde, toetsbare regels wordt het domein een instrument waarmee partijen burgers aan zich binden, en wordt willekeur bij uitgifte, verlenging en beëindiging een structureel risico. Dat de regering nu een coördinatieteam instelt voor mensen die in eerdere projecten wél een perceel kregen maar met onopgeloste onzekerheden bleven zitten, is een erkenning van precies dat verleden.

Hier ligt het scherpste verschil met de rest van het woningnieuws, en het maakt de vraag van het boek harder, niet zachter. Waar Seoul of Madrid nog kan doen alsof de prijs uit de lucht komt vallen, kan Paramaribo dat niet. Bij ons is de verdeling van de bodem zichtbaar een beslissing, met een handtekening eronder. De markt is hier nooit als weer te verkopen geweest. Dat is, hoe pijnlijk de geschiedenis ook is, een voordeel: je hoeft de betovering niet eerst te breken.

Het tweede is de munt. Wie in Suriname huurt, betaalt vaak in dollars of euro's terwijl hij in SRD verdient. Nieuw Wij tekende het op bij makelaar Indradj Sital, die enkele honderden klanten uit Nederland en België bedient die hier woningen als belegging kopen en verhuren vanaf zo'n 350 euro per maand — tegen een gemiddeld Surinaams maandloon in de orde van 250 euro. In hetzelfde stuk staat Dennis Chotkoe, die 200 dollar huur betaalt van een salaris van 370 dollar en in het weekend bijklust om licht en eten te kunnen betalen. Een functionerende huurcommissie die de valutaregels handhaaft, ontbreekt. En de Stichting Volkshuisvesting kan haar eigen woningbestand nauwelijks onderhouden, doordat de huurinkomsten te laag zijn en er op grote schaal niet betaald wordt — de keerzijde van dezelfde rekensom.

Zo is de Surinaamse woningmarkt in de kern een wisselkoersprobleem dat als een woningprobleem wordt gepresenteerd. Het vermogen wordt in harde valuta gewaardeerd, het inkomen in zachte. Niemand heeft daartoe besloten met één handtekening, maar iedere afzonderlijke schakel — geen huurcommissie, geen prijsijking, geen norm — is wel degelijk besloten, of besloten om niet te regelen.

De klok die tikt

En dan is er de olie. GranMorgu, ruim 10,5 miljard dollar aan investering, 220.000 vaten per dag vanaf 2028, TotalEnergies en APA elk voor de helft, met Staatsolie dat tot twintig procent kan meedoen; over de looptijd van het veld worden staatsinkomsten van zestien tot zesentwintig miljard dollar geraamd. De vastgoedsector rekent er volgens Dagblad Suriname op dat de grondprijzen tegen eind 2028 nog eens vijftien à twintig procent stijgen. Staatsolie-directeur Annand Jagesar waarschuwde eerder zelf voor duurdere woningen en een te grote afhankelijkheid.

Het is de president na te geven dat zij dit ziet aankomen. In mei zei ze bij de aankondiging van het huisvestingsplan dat in andere olielanden de prijzen van grond en huizen fors zijn gestegen, en dat het plan er juist is om te voorkomen dat de gewone Surinamer wordt weggeprijsd vóór de productie goed en wel begint. Dat is vooruitziend beleid — en tegelijk de zuiverste formulering van het frame dat mijn boek onderzoekt. De prijsstijging wordt behandeld als een naderend weerfront waarvoor men tijdig het dak repareert. Maar de olie-inkomsten zijn geen weer. Het zijn ontvangsten van de staat, uit een veld dat de staat in concessie gaf, waarvan de besteding elk jaar opnieuw een beslissing is.

Context: de rest van de wereld

Twee buitenlandse beelden zijn hier de moeite waard, en één die ons rechtstreeks raakt.

In Zuid-Korea is het gemiddelde appartement in Seoul de 1,3 miljard won gepasseerd; toezichthouders hebben alle vijfentwintig districten tot speculatiezone verklaard en de hypotheken aan banden gelegd. Het gevolg, zoals de financiële pers van Seoul zelf vaststelt, is dat een jonge koper nu bijna een miljard won eigen geld moet inbrengen — de woonladder is niet gerepareerd maar weggehaald. In Spanje liepen meer dan 150.000 mensen door Madrid achter een spandoek met de tekst “We willen buren, geen toeristen.” En in Nederland — het land waar een deel van het kapitaal vandaan komt dat hier de huren in euro's zet — is het tekort opgelopen tot zo'n 410.000 woningen. Dat is de verbinding die zelden hardop wordt gelegd: de Nederlandse woningnood en de Surinaamse zijn via dezelfde spaarrekeningen met elkaar verbonden. Wie in Amsterdam geen rendement meer vindt, vindt het in Paramaribo.

De knoppen verschillen dus — daar aanbod en hypotheken, hier grond en valuta. Maar let op wat zelfs de moedigste ervan verenigt. Elk van hen aanvaardt dat de woning in de eerste plaats een activum is waarvan de staat de prijs mag bijsturen. Het meningsverschil gaat enkel over welke duw werkt.

De blinde vlek die het boek voorspelt

In het hoofdstuk dat ik “We Can't Afford It” (We kunnen het ons niet veroorloven) noemde, schets ik wat ik nog altijd beschouw als een van de belangrijkste morele verschuivingen van de afgelopen halve eeuw: het moment waarop woningen niet langer werden begrepen als sociale goederen en behandeld gingen worden als activa. Naarmate de sociale huisvesting uitdunde en de beleggingsvraag opzwol, schreef ik, “dreven de vastgoedprijzen op veel plaatsen ver boven de lokale lonen” en werd “voor veel jongeren een zeker onderkomen moeilijker voor te stellen.” Ik had die zin kunnen schrijven met alleen de Surinaamse cijfers voor me.

En zodra wonen een activum is, volgt een bepaalde stilte. Minister Pokie zei het deze zomer met een openhartigheid die ik oprecht waardeer: “Genoeg geld gaan we nooit hebben.” Zij bedoelde het als een pleidooi voor prioriteren, en als beschrijving van een krappe begroting is het waar. Maar het is ook, woord voor woord, de zin uit mijn hoofdstuk. In het boek zeg ik dat ik in de uitdrukking we kunnen het ons niet veroorloven geen lotsbestemming meer hoor. Ik hoor “een politiek en moreel oordeel over wat, en wie, die samenleving bereid is zich te veroorloven.” Een land dat 10,5 miljard dollar aan offshore-investering weet te organiseren en zich opmaakt voor miljarden aan staatsinkomsten, heeft geen tekort aan geld. Het heeft een rangorde. Het activum is betaalbaar. Het recht is dat niet.

In mijn hoofdstuk over Roosevelts Tweede Bill of Rights merk ik op dat verdedigers van de oude orde altijd een keurige lijn trokken tussen zogenaamde negatieve rechten, die de staat slechts beteugelen, en positieve rechten zoals wonen, die vereisen dat hij handelt — en dat die lijn “er vaak toe diende de bestaande verdeling van rijkdom en macht te beschermen terwijl economische rechten er verward of gevaarlijk uit kwamen te zien.” Suriname heeft die lijn deze zomer voor het eerst in jaren hardop overschreden. De proef is nu of het woord de aanraking met de instrumenten overleeft. Een recht kun je opeisen, ook als het loket vol is. Een programma van zeshonderd woningen kun je enkel afwachten.

Wie de kosten draagt

Mijn boek eindigt niet met een manifest maar met vier vragen die ik probeer mee te dragen in elke moeilijke beslissing. De derde is hier de scherpste: wie draagt de kosten? Ze is bedoeld, schrijf ik, om “de betovering van we kunnen het ons niet veroorloven te breken,” om de markt “niet langer als weer te laten klinken maar als ontwerp.” Stel de vraag aan het Surinaamse woningdebat en de berichtgeving herschikt zichzelf. De kosten worden gedragen door Dennis Chotkoe, die van 370 dollar er 200 aan huur afdraagt en in het weekend bijklust; door de 29.400 mensen die dit jaar op de lijst van dertigduizend geen van de zeshonderd woningen krijgen; door de gezinnen in een project uit 2017 dat nog altijd niet is afgerond; door wie een perceel kreeg dat een tweede keer werd uitgegeven; door de huurder die straks de olieprijsstijging op zijn huurcontract terugvindt terwijl de inkomsten uit datzelfde veld naar de staatskas gaan.

Toen ik de wereldwijde haast om de telefoon te verbieden in kaart bracht, beschreef ik hoe instellingen hun eigen ontwerpfouten vertalen in lasten die door individuen worden gedragen — het angstige kind dat gevraagd wordt veerkrachtig te zijn. Wonen haalt dezelfde truc uit bij volwassenen: hun wordt gezegd zich aan te melden, te sparen, te wachten op het volgende project, terwijl de structuur die hen wegprijsde — een munt waarin niemand hier verdient, een bodem die per handtekening wordt verdeeld — buiten kijf blijft.

Er is één barst in die consensus, en die verdient het geëerd te worden, ook al kwam hij bij ons uit onverwachte hoek: het is de regering zelf die het woord recht gebruikte. Dat is geen kleinigheid. Het spandoek in Madrid — “buren, geen toeristen” — is helemaal geen economisch argument; het is een aanspraak op erbij horen, op een stad als een plek om een leven te leiden in plaats van een portefeuille van rendementen. De zin van president Simons is van dezelfde soort. Ze komt het dichtst bij de belofte die in het hart van mijn boek staat: niemand is wegwerpbaar, geen leven is voltooid, geen systeem staat boven twijfel. Een woning is waar die belofte ofwel standhoudt ofwel faalt. Het is het onderdak zonder welk innerlijke vooruitgang een wrede grap is; het is het uiterlijke evenwicht dat een rechtvaardige samenleving verschuldigd is voordat ze wie dan ook de les leest over veerkracht.

De blauwdruk die Roosevelt tekende en op zolder achterliet, is nog altijd leesbaar, en hij is deze zomer in Reeberg voor het eerst hardop voorgelezen. Wat er nu volgt, beslist wat die woorden waard waren. Een recht wordt een recht doordat het afdwingbaar is: doordat de uitgifte van domeingrond gepubliceerd en toetsbaar is, doordat er een huurcommissie bestaat die de valutaregel handhaaft, doordat het aandeel van de olie-inkomsten dat naar wonen gaat een wettelijke vloer heeft in plaats van een jaarlijkse gunst. Zonder dat blijft het een programma met een goede kop erboven. Met dat erbij zou Suriname het eerste land in dit hele nieuwsjaar zijn dat de troon die de anderen weigeren te benoemen, wél bij naam noemt — en er vervolgens ook naar handelt.

Bronnen

Huisvesting moet van politieke voorkeur naar fundamenteel recht (Communicatiedienst Suriname)

Launch Nationaal Huisvestingsprogramma Suriname (Communicatiedienst Suriname)

Simons: 10.000 woningen in vier jaar zou grote stap zijn voor Suriname (Suriname Herald)

Minister Pokie: circa 30.000 woningzoekenden vragen om structurele aanpak (GFC Nieuws)

Meer dan 6500 online aanmeldingen voor volkswoning en bouwsubsidie (Key News Suriname)

Simons wil woningprijzen vóór olie-hausse afremmen met huisvestingsplan (Waterkant)

Nationaal Woningbouwfonds weer geactiveerd met leningen vanaf 3 procent (Dagblad de West)

Onderhoud volkswoningen onmogelijk door lage huurinkomsten en wanbetaling (Suriname Herald)

Europese huurprijzen drijven woningnood Suriname op (Nieuw Wij)

Zonder publicatie geen rechtszeker grondbeleid (Starnieuws)

De controversiële grondconversie en dubbele uitgifte! (Starnieuws)

Nationaal Huisvestingsprogramma Suriname — Over ons (NaHuSur)

Surinaams vastgoed in de lift door olie- en gasontwikkelingen (Dagblad Suriname)

$10.5 billion GranMorgu project could reshape Suriname's economy over the next decade (OilNOW)

Suriname stevent af op olie-inkomsten zonder kompas (GFC Nieuws)

All Seoul districts designated as speculative zones, lending rules tightened (The Korea Herald)

Madrid's renters march: 'We want neighbors, not tourists' (Fortune)

Dutch housing shortage rises to 410,000 homes (NL Times)

Lees elk woord

De eerste twee verhalen van elke reeks zijn gratis te lezen, en drie magazineartikelen per maand. Elk boek en elke maandelijkse magazine-editie wordt apart verkocht — €15 per stuk, voorgoed van u, in uw eigen taal en land: lees hier online en download de EPUB.

Nieuwsbrief

Elk nieuw artikel, in uw taal, per e-mail. Gratis, en één klik om te stoppen.

Persoonlijke informatie