Nog niet zo lang geleden ging een journalist genaamd Joshua Foer kijken naar een vreemde wedstrijd: de geheugenkampioenschappen, waar mensen hele kaartspellen, lange reeksen cijfers en bladzijden vol namen uit het hoofd leren, sneller dan menselijkerwijs mogelijk lijkt. Hij wist zeker dat hij naar genieën keek — mensen die simpelweg geboren waren met magische, bizarre geheugens.

Dus vroeg hij het hun. En zij vertelden hem iets verbazingwekkends: nee.

Onze geheugens zijn volkomen gewoon. We hebben alleen de trucjes geleerd. Dezelfde truc die de dichter uit de oudheid vond in de verwoeste hal.

Het geheugenpaleis. Dingen plaatsen langs een pad in je geest.

Joshua geloofde het niet helemaal. Dus besloot hij het te testen — op zichzelf.

Een jaar lang oefende hij, met zijn volkomen gemiddelde geheugen, elke dag een beetje met de technieken. Een jaar later stond Joshua Foer op het podium van het United States Memory Championship — en won. Hij was niet bijzonder geboren.

Hij was gewoon geweest, en hij had een vaardigheid geoefend, en die vaardigheid had hem veranderd. Hij schreef er een heel boek over, om iedereen het goede nieuws te vertellen: een geweldig geheugen is geen gave die aan een paar geluksvogels wordt uitgedeeld.

Het is iets wat bijna iedereen kan opbouwen.

Een verwondering om te proberen: gebruik een geheugenpaleis (zie B1) om een lijst van tien dingen uit het hoofd te leren. Verras jezelf — en iemand anders.