Dit is een verhaal over drie gewone volwassenen die op een gewone dag elk één stille, enorme daad verrichtten.

De eerste was een lerares. Een kind in haar klas had laag gescoord op een toets, en het makkelijke — het ding dat iedereen verwachtte — was om het kind als "zwak" weg te zetten en verder te gaan. Maar ze keek naar het kind, keek echt, en dacht: nee. Dit is een volledig mens die een moeilijke week heeft. Er is meer dan dat. Dus bleef ze vijf minuten langer, en hielp.

De tweede was een verpleegkundige, die zich 's nachts door een helder verlichte gang haastte. Het was zo gemakkelijk geweest om alleen maar "de patiënt in bed vier" te zien — een geval, een dossier, een taak. Maar ze hield even in, en zag een bang mens dat met diens naam aangesproken wilde worden. Meer dan een geval, dacht ze. En ze ging even zitten, en was vriendelijk.

De derde was een ouder. Hun kind kwam thuis met een ranglijst waarop stond: onderaan de klas. De ouder had het kunnen geloven — had het het hele toekomstbeeld van het kind kunnen laten worden. In plaats daarvan ging die door de knieën en zei: dat stukje papier mag niet bepalen wie jij bent. Er is meer dan dat.

Er is zoveel meer. Geen van hen was beroemd. Geen van hen kwam op het nieuws. Maar ieder van hen weigerde, in één klein moment, toe te laten dat een mens klein werd gemaakt. Dat is het moedigste, vriendelijkste in het hele boek. En iedereen — zelfs jij — kan het doen.

Een verwondering om te proberen: zie vandaag één moment waarop iemand wordt behandeld als "slechts een nummer" of "gewoon die stille," en besluit dan stilletjes: er is meer dan dat. Handel er vervolgens naar.